Big City Nights: Gent

Pictures by Simon Leloup & Anikka Wallis

Share

De beslissing van de Gentse burgemeester Mathias De Clercq dit voorjaar om Kompass tijdelijk te sluiten na een dodelijk drugsincident toont aan dat er meer dan ooit nood is aan een betere communicatie tussen de lokale overheid en het nachtleven. Beschouwt de politiek clubs en festivals als overlast, of ziet ze het potentieel ervan? Kortom, hoe gaan onze grootsteden om met het nachtleven op hun grondgebied?

Er zijn genoeg vragen die zich opdringen. Voert de Gentse politiek een specifiek 'nightlife' beleid? En zo ja, welke plaats neemt dit in in hun algemeen beleid? Welke relatie onderhoudt de lokale politiek met de belangrijkste spelers van het nachtleven? Is er een continue dialoog of gebeurt dit enkel als er zich problemen voordoen? Wat denkt de stad van een nachtburgemeester zoals in Amsterdam of Berlijn? Zijn 24-uursvergunningen een optie? Wij legden deze vragen voor aan de bevoegde politici, Gentse schepen van Economie Sofie Bracke.

Welke plaats neemt het nachtleven in in het algemeen beleid van Stad Gent?

Het nachtleven is al langer een thema in onze stad. Zo werken we al twintig jaar met een overlegplatform rond de Overpoort. Daarnaast heeft het stadsbestuur horecacoaches aangesteld. Zij fungeren als brugfiguren tussen de horecazaken en hun onmiddellijke omgeving. De horecacoaches hebben de afgelopen jaren hun nut bewezen. Verder hebben we een reglement voor portiers, een glasverbod in de Overpoort, voert de dienst preventie actief de 'Sssst! De buren, weetwel' campagne rond geluidsoverlast bij horecazaken enzoverder.

Tegelijk heeft het verhaal rond de tijdelijke sluiting van Kompass als een 'wake up call' gediend, ook voor het stadsbestuur. Het was de aanzet om op een geïntegreerde en structurele manier een beleid rond nachtleven te ontwikkelen. De eerste stap was een – behoorlijk heftig - open gesprek met de sector. Daarin hebben ze hun visie op het beleid van de stad geformuleerd en daarbij kwamen heel wat frustraties naar boven, zoals het ontbreken van een direct aanspreekpunt of een duidelijk werkkader voor de sector. Op basis daarvan hebben we een stappenplan uitgewerkt met het doel om in april 2020 een 'actieplan nightlife' klaar te hebben. Intussen hebben we een drietal sessies gehad met de sector waarbij we telkens één thema verder uitdiepen. Alle aspecten van nightlife komen naar boven. We willen het nachtleven losweken van de – vaak enige – associatie met overlast. We willen de waarde van de sector in kaart brengen en de balans herstellen.

Hoe willen jullie dat concreet doen?

Intussen realiseren we ons dat een actief nachtleven een zegen kan zijn voor een stad. Alleen blijkt dat we dat in Gent onvoldoende kwantitatief en kwalitatief berekend hebben. Bij andere economische sectoren doen we dat wel, ik denk dat we voor de nachtsector dezelfde oefening moeten maken. Door de gesprekken is ook het besef gegroeid dat de aanwezigheid van jong talent cruciaal is voor onze stad. De studentenpopulatie van 70.000 jongeren is een enorme troef voor Gent. Deze jonge mensen trek je niet enkel aan met een mooi café op het dorpsplein. Een bloeiende culturele scene en een aantrekkelijk nachtleven spelen daar ook een rol in. En als het jong potentieel in de stad blijft, trekt dat op zijn beurt heel wat bedrijven aan. Een win win situatie dus.

Als het jong potentieel in de stad blijft door een aantrekkelijk nachtleven, trekt dat op zijn beurt heel wat bedrijven aan. Een win win situatie dus.

Het Gentse nachtleven heeft zich verenigd en een visietekst opgesteld waarin een aantal aandachtspunten worden opgesomd. Eén daarvan is de versnippering van de bevoegdheden. De sector vraagt één enkel aanspreekpunt.

De versnippering van bevoegdheden is voor de sector inderdaad vervelend omdat ze momenteel bij verschillende diensten telkens opnieuw hun verhaal moeten doen. Het is de bedoeling dat wij vanuit de stad met een heldere set spelregels komen, zodat het duidelijk is wat wij verwachten, en ook wat we in de plaats bieden. Welke ondersteuningsreglementen en subsidies zijn er, hoe je in gesprek kan gaan met ons, enzoverder. Vanuit het stadsbestuur merken we dat het makkelijker is om tot afspraken te komen met het reguliere nachtleven, waarmee ik de vaste cafés en feestzalen bedoel. Waar we als stadsbestuur niet kort genoeg op de bal spelen, zijn de evenementen. Organisatoren vragen sneller duidelijkheid van onze kant. Daar botst de drive van een snel bloeiende economische sector met de soms logge beslissingsprocedure van de overheid.

Wat verwacht Stad Gent van de promotoren of clubs op haar grondgebied?

Hetzelfde als wat we verwachten van andere horecaspelers: de nodige vergunningen, een horeca- attest, contact met onze horecacoach, bewustzijn van de leefomgeving rond de club/evenement en kennis van de spelregels. Maar misschien wel het belangrijkste aspect is de openheid en het vertrouwen om het gesprek met ons aan te gaan. Het heeft geen zin om met frustraties te blijven zitten. Het is van cruciaal belang dat we die korte communicatielijnen waar we op dit moment heel sterk op inzetten blijven behouden. Of dat nu onder de vorm van een nachtburgemeester of een 'nightlife council' is, is van ondergeschikt belang. Het moet een manier zijn die past bij de stad die Gent is. Het stomste dat we kunnen doen is iets klakkeloos kopiëren van een andere stad en denken dat het probleem zo opgelost is. Gent heeft zijn eigen context en laat ons op basis van onze gesprekken zien wat we als stad nodig hebben.

Het stomste dat we kunnen doen is iets klakkeloos kopiëren van een andere stad en denken dat het probleem zo opgelost is.

Wat kan Stad Gent aanbieden aan promotoren of clubs? In Berlijn zijn clubs erkend als culturele instellingen en worden ze gesubsidieerd om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, in Brussel krijgen 3 feestzalen in de kanaalzone (Recyclart, De Koer en Buda) bijna 1 miljoen infrastructuursubsidie, is zoiets ook in Gent denkbaar?

Een tweetal maanden geleden hadden we een boeiend debat in Kompass over de toekomst van het nachtleven met afgevaardigden uit Berlijn en Amsterdam. Het is interessant om te zien hoe andere steden het aanpakken om zo van elkaar te leren. We kampen immers met dezelfde vraag: hoe kunnen we een bloeiend nachtleven op een duurzame manier combineren met de leefbaarheid van een dichtbebouwde stad? In Berlijn gaan ze daar heel ver in, in Gent zijn we nog zover niet. Wel bieden we nu al een reeks van ondersteunende maatregelen (subsidie voor geluidsisolatie en een geluidsaudit). Samen met de sector bekijken we nog andere mogelijke scenario’s.

Hoe staat de Stad tegenover het idee van 24-uursvergunningen zoals in bovenstaande steden?

In Gent hebben we dat al: Café Charlatan beschikt over een 24-uursvergunning en ook Decadance had er één. Op zich vormt een 24-uursvergunning voor mij geen belangrijk discussiepunt. Belangrijker in mijn opinie is dat er in de clubs een ruimte is waar mensen op adem kunnen komen. Jongeren moeten veilig kunnen uitgaan en ouders moeten hun kinderen onbezorgd op stap gaan laten gaan zonder een telefoontje van de hulpdiensten te ontvangen.

Even terug naar de beslissing dit voorjaar van de Gentse burgemeester om Kompass tijdelijk te sluiten. Wordt door een succesvolle club te sluiten niet dezelfde fout begaan zoals in de jaren '90, toen de ene na de andere megadancing werd gesloten? Verlegt het probleem zich niet en zorgt dit er niet voor dat feesten richting illegaliteit verschuiven met nog minder toezicht?

De beslissing om Kompass te sluiten was geen lichtzinnig besluit. Men is heel behoedzaam te werk gegaan en die beslissing is genomen op basis van adviezen van verschillende instanties. Verder hebben wij geen indicaties dat als je een club sluit dat de problemen zich verplaatsen. Maar ik wil nog eens benadrukken dat zowel clubuitbaters, andere horeca ondernemers als ons stadsbestuur dezelfde doelstelling hebben. Niemand zit te wachten op een drugsdode of op bad publicity.

Draagt de club de eindverantwoordelijkheid indien er een incident plaatsvindt binnen de muren?

Volgens de wet wel. Maar goed, dit onderwerp kadert in een bredere discussie die deze zomer ook gevoerd werd naar aanleiding van de vele festivals in ons land. Ik denk dat het belangrijk is dat clubs alles op alles zetten om zoiets te vermijden en hun verantwoordelijkheid nemen. In een ideale wereld vinden ze daarbij een partner in ons stadsbestuur. Want uiteindelijk hebben zowel de clubuitbaters als het stadsbestuur hetzelfde doel: ervoor zorgen dat jongeren zich kunnen uitleven in een veilig uitgaansmilieu.